III. De bron
20.000 mijlen onder copyright
Prefer to read this in English? The translated version is available here →
✦ Deel III. van een ruisend drieluik: over herinnerdingen, betovering en ontgoocheling. Over verbinding, menszijn en ons gedeelde geheugen, en de (on)toegankelijkheid van wat we zoeken, maar soms (net niet) kunnen vinden.
De bron
20.000 mijlen onder copyright
Eindeloos kan ik meimeren en filosoferen over een onderwerp. Ik ben dol op analyseren. In mijn gedachten dobberen voortdurend allerlei vragen voorbij: veel waarop ik geen antwoord heb. Ons geheugen is beperkt, parate kennis zo mogelijk nog beperkter. En dan lonkt als vanzelf dat oneindige archief van alles: het internet.
Een online zoektocht begint voor mij vaak — hoe kan het ook anders — bij een online zoekmachine. Er zijn er velen, maar we kennen allemaal de bekendste, die inmiddels is uitgegroeid tot veel meer dan een zoekmachine. Ja, het begint met de hoofdletter G.
Op zoek naar de verklaring voor het schelp-ruis geluid kwam ik via mijn favoriete zoekmachine (niet die met de hoofdletter G) in eerste instantie terecht op een Wikipedia pagina gewijd aan het fenomeen. De pagina heet letterlijk en poëtisch: Ruisen (schelp).
Ik vond er een prachtige afbeelding, een verklarende (maar voor mij onbegrijpelijke) formule met betrekking tot het volume van het ruisen en het formaat van de schelp én een jaartal: 1835.
“De akoestische verklaring van het verschijnsel dateert al uit 1835 of nog eerder, maar nog steeds wordt het verhaal dat de zee hoorbaar zou zijn in de schelp verteld, omdat de illusie zo sterk is.” a
Die zin en dat jaartal, ze bleven hangen en begonnen te ruisen in mijn brein. Zo ook dit onbedoelde wiki-gedichtje.
Ruisen
(schelp).
Waarom ik hou van wikipedia: de bronnen. In de zin stond een bronvermelding, achter het jaartal, ik volgde deze bron en kwam terecht in een prachtig antropologisch artikel Seashell Sound door Stefan Helmreich op Cabinet Magazine.
Dit verhaal voelde als een frisse duik de geschiedenis in: gedichten, verklaringen en afbeeldingen. Een rijke verzameling menselijkheden; verwondering en creativiteit. Die kant van menszijn doet mij voelen dat ik mens ben — ik twijfel er soms aan. Het willen begrijpen, leren, verbeelden.
En… na het lezen, scrollen en zoeken vond ik ook nog eens wat ik zocht. De bron, althans de titel van een boek én het juiste paginanummer.
“Dension Olmsted, An Introduction to Natural Philosophy: Designed as a Textbook for the Use of the Students in Yale College, vol. 2, second edition (New Haven: Hezekiah Howe & Company, 1835), p. 78.” b
Ik weet zeker (lees: ik hoop) dat ik niet de enige ben die vanaf zo’n moment lichtelijk geobsedeerd raakt door een zoektocht naar hele specifieke informatie. Ik wilde het boek vasthouden, doorbladeren, de juiste pagina vinden, de tekst lezen en het begrijpen. Tot me nemen wat anderen voor me tot zich hadden genomen. Maar dat vasthouden moest ik al heel gauw loslaten. Dus dat deed ik, hoewel misschien soms obsessief, ben ik zelden onrealistisch.
Als, als, als…
Het boek bestaat nog, maar is niet te koop. De kennis is achterhaald, aangevuld en hoewel waardevol als onderdeel van de geschiedenis, natuurlijk niet meer bruikbaar als lesstof. Als ik een wetenschapper was geweest, of een student… Dan heel misschien had ik het boek kunnen bemachtigen, lenen bedoel ik. Lenen, en dan met handschoentjes aan vasthouden, doorbladeren en netjes terug geven.
In een ideale wereld is alle kennis altijd voor iedereen toegankelijk, toch? Gelukkig zijn er organisaties die dit soort boeken als cultureel of wetenschappelijk erfgoed archiveren, tegenwoordig ook online. Ik zal niet alle zijpaadjes, doodlopende zoekopdrachten en teleurstellende rabbit-holes omschrijven.
Het geweldige aan dit verhaal is: ik vond het boek.
Op HathiTrust. Er was wel sprake van een andere paginering, en dus was het toch een soort van doorbladeren. Maar dan minder ritselend en gezellig, geen boekengeur… Eigenlijk was ik gewoon weer aan het zoeken met een zoekmachine. Iets minder romantisch, maar toch.
Een afbeelding van een bladzijde die je bijna kunt ruiken; boekengeur, alles eraan ademt oud. Houthoudend papier verkleurd, het vergeeld. Zo ook deze pagina, hoewel ik de kleur eerder beige zou noemen, of heel lichtbruin. Donkere randen en vlekjes, vooral aan de zijkanten. Het resultaat van handen en vingers die bladerden, zochten en vonden. Huid op papier, de tijd. De pagina lijkt een hoekje te missen aan de linker onderkant, wat me doet vermoeden dat het een linkerpagina was. Ik kan dat niet opmaken uit het paginanummer, de tel ben ik allang kwijt.
Net onder het midden van de pagina begint de tekst die ik zocht, voorafgaand door een cijfer: paragraaf 767.
“The concave, undulating, and perfectly polished surface of many sea shells, fits them to catch, to concentrate, and to return the pulses of all sounds that happen to be trembling about them, so as to produce that curious resonance from within, which resembles the distant murmur of the ocean.” c
De ingescande pagina, die mag ik hier dus helaas niet delen; hoewel de informatie en zelfs het boek vrij zijn van copyright zijn de scans dat niet. En daarom heb ik mijn best gedaan om wat ik vond te omschrijven in woorden. Wie de rechten heeft op die scans, van dat boek, waar je als leek onmogelijk aan kunt komen? Drie keer raden. Ja, het begint met de hoofdletter G.
Mocht je meer hebben met beelden, ben je gewoon heel nieuwsgierig geworden of vind je dat ik met mijn woorden hopeloos te kort schiet?
Je kunt de pagina hier zelf bekijken:
de bron voor de verklaring van het schelp-ruis-geluid →
⁂
Nawoord. Hoe er soms spontaan een drieluik ontstaat, begint onder de afbeelding.

I, II, II, nawoord
Hoe er soms spontaan een drieluik ontstaat
Diep gravend in mijn eigen haperende geheugen, in dat van mijn familie, tussen de vele spulletjes die ooit van mijn opa en oma waren en in diverse online archieven, vroeg ik me af: hoe ben ik hier ook alweer beland?
Zo’n vraag, zo’n situatie, voor mij eerder regel dan uitzondering. Een idee verandert al snel in een diepe interesse, en die ontpopt zich vervolgens tot een vaak kortstondige obsessie.
Tijdens het schrijven van dit verhaal belandde ik in twee verschillende speurtochten. In eerste instantie voelde het als het rustig inslaan van twee aangename zijpaden. Leuk, heel leuk, interessant zelfs, met kans op mooie beelden. Maar gaandeweg bracht het zoeken me niet alleen dichter bij mijn bronnen, maar ook steeds verder mijn gedachten in, steeds dieper richting nieuwe inzichten.
Die nieuwe reflecties nestelden zich in het oorspronkelijke verhaal. Ik heb er natuurlijk een paar zinnen aan gewijd, maar de zoektochten zelf zouden de verhaallijn te veel onderbreken.
En toen dacht ik: waarom zou ik dit niet apart vertellen? Ik hou van drieluiken, van kleine reeksen. En dit voor mezelf houden… nee.
Waarom zou ik?
⁂
Alle bronnen en voetnoten van het complete drieluik vind je onder de afbeelding.

✶ Serie:
Schulp – Over schuilen, schelpruis en het lichaam als tijdelijk thuis.
✶ Dit verhaal ontvouwd zich als een schelp-feuilleton in drie delen:
I. De zeelofoon - Een soort kleine tijdreismachine
II. De schelp - Waar zou die nu zijn?
III. De bron - 20.000 mijlen onder copyright
✶ Dank, dank en nog eens dank: mijn verzamelende, bewarende en meezoekende familie. In geheugens, laatjes, stoffige, vergeten hoekjes, het verleden en het nu. Geen steen — of in dit geval schelp — blijft ooit onomgedraaid.
Het feit dat er (online) archieven bestaan, en de mensen die ze onderhouden, maakt me bijna iedere dag eindeloos dankbaar en blij.
Bronnen
✦ Afbeelding 1. is afkomstig uit Wikimedia Commons: een open, digitale beeldbank waarin miljoenen rechtenvrije foto’s, illustraties en historische documenten worden verzameld en gedeeld, bijgedragen door musea, archieven en vrijwilligers wereldwijd.
→ Olieverf op doek, door William Bouguereau, “Le Coquillage” (1871).¹
✦ Afbeelding 2. en 5. en 6. zijn afkomstig uit de Public Domain Image Archive van The Public Domain Review: een zorgvuldig gecureerde collectie van historische, rechtenvrije beelden uit meer dan 2000 jaar visuele cultuur.
→ Illustratie, door Anna Atkins; voor John Children’s Engelse vertaling van Jean-Baptiste Lamarck’s Genera of Shells, gepubliceerd in Quarterly Journal of Science, Literature and Art, Volume 16 (1823).2
→ Illustratie, door James Bell Pettigrew, plaat XIX uit het eerste volume van Design in Nature (1908).5
→ Illustratie, door Martin Frobenius Ledermüller, uit Mikroskopische Gemüths- und Augen-Ergötzung (1764).6
✦ Afbeeldingen 3. en 4. zijn afkomstig uit de persoonlijke precious matters-collectie, nu onderdeel van dit groeiende archief. Kleine momenten, met zorg verzameld, een leven lang: fragmenten van een zacht universum in wording.
✦ a. Wikipedia: Ruisen (schelp).
Laatst geraadpleegd op 1 november 2025.
✦ b. Cabinet Magazine: “Seashell Sound”, door Stefan Helmreich.
Laatst geraadpleegd op 1 november 2025.
✦ c. HathiTrust: An Introduction to Natural Philosophy: designed as a textbook for the use of the students in Yale College. Compiled from various authorities. Door Denison Olmsted, v.2, p.96. / 78
Lijst op HathiTrust.
Laatst geraadpleegd op 1 november 2025.
Alles groeit hier langzaam,
met zorg, in een eigen ritme.
𓆑 𓂃 ˖ ݁.


