I. De zeelofoon
Een soort kleine tijdreismachine
Prefer to read this in English? The translated version is available here →
✦ Deel I. van een ruisend drieluik: over herinnerdingen, betovering en ontgoocheling. Over verbinding, menszijn en ons gedeelde geheugen, en de (on)toegankelijkheid van wat we zoeken, maar soms (net niet) kunnen vinden.
De zeelofoon
Een soort kleine tijdreismachine
Ik sta in de huiskamer bij mijn opa en oma. Rechts van mij het raam, uitkijkend op de tuin: met vogels, de regenmeter, de schuur en in de deuropening de schommel. Voor me staat het aquarium: een magische, stralende, glazen bak, gevuld met waterplanten en felgekleurde vissen, grind op de bodem. Ik ben nog klein, en die bak lijkt gigantisch. Het voelt als nóg een raam, een inkijkje, een ingang bijna, naar de vissenwereld. Een vloeibaar venster.
In mijn kleine hand houd ik een grote, koude, bruine schelp met lichte vlekken. Ik druk hem zacht tegen mijn oorschelp en hoor het ruisen.
‘Het ruisen van de zee,’ zegt mijn opa.
Ik weet niet meer of ik dat toen echt geloofde, dat het ruisen werkelijk van de zee kwam. Wat ik me wél heel helder herinner, is de connectie die ik voelde: tussen de schelp, het geluid in mijn oor en de zee. En het aquarium — hoewel gevuld met zoet water — hoorde bij diezelfde magische wereld.
Deze herinnering speelt zich af in de jaren ’80. Ik was bekend met het concept van iemand bellen, mijn eerste telefoonervaring was er een met een draaischijf. We speelden met walkie-talkies. We knutselden een keer zelf een gammele telefoonverbinding: twee blikjes met daartussen gespannen een touw.
En de schelp — niet alleen deze, maar alle grote schelpen — daarin hoorde je boodschappen van de zee. Onverstaanbaar, in een andere taal. Een zeelofoon, waarom ook niet? Het voelde op dat moment niet meer dan logisch.
Magie, ontstaan vanuit onverklaarbaarheid, wordt vaak verbroken door het vergaren van meer kennis. Ik wens mezelf weleens terug naar momenten waarop ik, als kind, iets nog niet begreep en dat dan volledig accepteerde. Of het probeerde te verklaren, de schamele hoeveelheid kennis hier en daar aanvullend met mijn eigen fantasie. Zonder twijfel: Klopt dit wel?
Het standaardantwoord van mijn ouders op vragen over te gecompliceerde of ‘te volwassen’ onderwerpen was vroeger: ‘Dat vertel ik je later wel een keer.’
Dat maakte me razend: wat had ik daar nu aan? Had ik al die vragen maar opgeschreven, want inmiddels ben ik ze stuk voor stuk vergeten. En de kans is groot dat ik op al die vragen de antwoorden inmiddels zelf heb gevonden. En ergens, hoe frustrerend dat ook was voor mijn kinderbrein van toen, hadden mijn ouders gewoon gelijk. Sommige dingen kun je het beste zelf ontdekken, uitvinden en ervaren.
Het zijn vaak volwassenen die oude ideeën, ontstaan in onze kinderlijke droomfabriek, wegredeneren met logica, feiten, kennis en wetenschap. En soms, in heel pijnlijke gevallen, dan veranderen wijzelf in de volwassene die zegt (óók tegen zichzelf): ‘Dit kun je echt niet langer geloven. Dat mag niet, dat hoort niet.’
De akoestische verklaring voor dat ruisende, suizende schelpgeluid bestaat al een hele tijd. En toch… Al eeuwenlang, misschien zelfs wel sinds het ontstaan van de mensheid (en schelpdieren), vertellen mensen elkaar dezelfde mythe.
Schelp, zeedier, zee, oorschelp, het ruisende geluid van de branding: die waren in mijn brein al aan elkaar verbonden. De woorden van mijn opa, in die setting, werkten als een toverspreuk: ze brachten alle losse elementen nog dichter bij elkaar. Als een zoet-zoute collage vormden ze samen een auditieve illusie. En ik hoefde niet overtuigd te worden. Het klopte.
Wetenschap en kennis verbraken de toverspreuk en de illusie, maar niet de diepgaande connectie tussen de losse elementen. En het besef dat mijn herinnering deel uitmaakt van onze gezamenlijke ervaring, voegt een nieuwe laag van waardevolle verbinding toe. Een gedeelde, bijna universele ervaring. Een soort semi-collectief geheugen.
De zoektocht naar een verklaring — van verwondering tot vergissing — is prachtig vastgelegd. Door de komst van zorgvuldig gedigitaliseerde archieven is het mogelijk om online eeuwen terug te reizen. Een scala aan menselijke creaties: wetenschappelijk, verhalend, poëtisch én beeldend. Allemaal over hetzelfde fenomeen. Het maakt dat ik me nog dieper verbonden voel met dat aspect van mens-zijn: altijd alles willen begrijpen, ook als de kennis er nog (net) niet is.
Voor mij is het gebaar van een grote schelp tegen mijn oor houden nooit zomaar een handeling geworden. Het is een geheugen katalysator, die een prachtige herinnering oproept: aan mijn opa en oma, het huis, mijn kindertijd, warmte en gezelligheid. Geen toverspreuk misschien, maar wél een bijna magisch gebaar. Het maakt de schelp een soort kleine tijdreismachine.
Ik zou iedereen wel willen vragen naar die eerste zee-ruis-schelp-ervaring…
In alle eerlijkheid: ik hou iedere grote schelp die ik in mijn handen krijg nog altijd eventjes gauw tegen mijn oor.
⁂


✶ Serie:
Schulp – Over schuilen, schelpruis en het lichaam als tijdelijk thuis.
✶ Dit verhaal ontvouwt zich als een schelp-feuilleton in drie delen:
I. De zeelofoon - Een soort kleine tijdreismachine
II. De schelp - Waar zou die nu zijn?
III. De bron - 20.000 mijlen onder copyright
✦ Afbeelding 1. is afkomstig uit Wikimedia Commons: een open, digitale beeldbank waarin miljoenen rechtenvrije foto’s, illustraties en historische documenten worden verzameld en gedeeld, bijgedragen door musea, archieven en vrijwilligers wereldwijd.
✦ Afbeelding 2. is afkomstig uit de Public Domain Image Archive van The Public Domain Review: een zorgvuldig gecureerde collectie van historische, rechtenvrije beelden uit meer dan 2000 jaar visuele cultuur.
De bronvermelding van het complete drieluik vind je onder het nawoord →
Alles groeit hier langzaam,
met zorg, in een eigen ritme.
𓆑 𓂃 ˖ ݁.


