II. De schelp
Waar zou die nu zijn?
Prefer to read this in English? The translated version is available here →
✦ Deel II. van een ruisend drieluik: over herinnerdingen, betovering en ontgoocheling. Over verbinding, menszijn en ons gedeelde geheugen, en de (on)toegankelijkheid van wat we zoeken, maar soms (net niet) kunnen vinden.
De schelp
Waar zou die nu zijn?
Met mijn ogen dicht zie ik hem voor me, kan ik hem bijna voelen, koud tegen mijn oor: de zeelofoon. De schelp der schelpen. Waar zou die nu zijn?
Deze speurtocht begon, zoals wel vaker wanneer ik een voorwerp uit mijn jeugd probeer te traceren, in het huis van mijn ouders. Mijn moeder kon zich de schelp niet herinneren — wat me verbaasde. Wel vond ze een andere. Een soortgelijk exemplaar, ook van opa en oma geweest. Oma zou hem meegenomen kunnen hebben uit Australië? Ik bestudeerde de schelp aandachtig, woog hem in mijn hand, drukte hem zacht tegen mijn oor. Ik wilde zo graag dat het de schelp was, maar ik wist heel zeker: dit is hem niet.
Dit bijna-maar-net-niet-exemplaar was verkeerd om gekleurd en voelde als het negatief van de schelp. Die was bruin met lichte vlekken en paste perfect in het jaren 70-interieur van mijn opa en oma: het toneel van de originele zee-ruis-schelp-herinnering. De bijna-maar-net-niet-schelp had een lichte basis met daarop een heleboel bruine vlekken.
Nu zou ik een aantal passages kunnen wijden aan het gesprek dat mijn moeder en ik toen voerden. En aan het feit dat mijn moeder mijn bevindingen betwijfelde — want dat deed ze. Wist ik écht heel zeker dat het niet de schelp was? Maar mijn moeder en ik zijn allebei heel transparant over ons geheugen; we vertrouwen het niet. Dus haar twijfels waren mijn twijfels.
Was de schelp echt zo jaren 70 geweest, bestaat zo’n schelp eigenlijk überhaupt wel?
Ik nam de bijna-maar-net-niet-schelp mee naar huis. Daar kreeg hij een mooi plekje, prominent in het zicht. Het was hoe dan ook een fijn object. Ik verdiepte me in de vlekken en onderzocht de oorsprong: welk dier had erin geleefd?
Hoe beter ik het ding leerde kennen, hoe overtuigder ik werd van mijn eerste reactie: dit is hem niet. Maar ik voelde ook: het had hem wél kunnen zijn.
Ondertussen schreef ik door aan mijn verhaal en begon me te realiseren dat mijn herinnering eigenlijk onze gezamenlijke ervaring is. De bijna-maar-net-niet-schelp speelt ongetwijfeld de ruisende hoofdrol in een herinnering van iemand anders. En als het niet gaat om dit exemplaar, dan zeker om een soortgenoot, een dubbelganger, een voorouder.
Na een uitgebreide fotosessie en schetsserie — de bijna-maar-net-niet-schelp bleek een getalenteerd model — had het voorwerp ook een prominente plek veroverd in mijn geheugen. Opgeslagen in hetzelfde laatje als de herinnering aan de schelp, maar dan onder een apart tabje: de zoektocht naar.
De schelp zelf bleef onvindbaar. Ik was inmiddels gestopt met zoeken. Mijn tijdelijke twijfels waren verdwenen, en ik accepteerde: de schelp zelf is weg, maar mijn prachtige herinnering niet. In mijn geheugen bestaat hij nog.
Maar zoals dat gaat met herinneringen: zolang je er krampachtig naar zoekt, blijft het antwoord buiten bereik. Pas als je het laat rusten, gaat je geheugen stilletjes op zoek, tot het ineens, vaak op een onverwacht moment, met het antwoord op de proppen komt.
Zo ging het ook met de schelp. We vonden hem terug. Op een heel passende plek: in de kamer van mijn neefje. Daar lag hij op een plank vol schatten (een soort rariteitenkabinet) omringd door haaientanden, ammonieten, mooie stenen en andere verzameldingen. En hij was exact zoals in mijn herinnering. Gelukkig.
Mijn zus bevestigde mijn bevindingen. Mijn broer reageerde enthousiast: ‘Ja! Die hielden we tegen ons oor.’ Ik was duidelijk niet op de juiste plek begonnen. Mijn startpunt was bovenin de stamboom, maar de zoektocht eindigde bij de aller jongste generatie. Dat de schelp in het geheugen van mijn zus en broer ook een hoofdrol speelde, had ik kunnen weten. We delen DNA, een jeugd én een opa en oma. Mijn moeder herinnert zich een heleboel, maar niet alles. Onze opa en oma waren haar vader en moeder; dezelfde mensen, maar een andere rol.
Ik heb hem even geleend, de schelp. Er staan nog een fotosessie en schetsserie in de planning. Daarna gaat hij terug naar zijn nieuwe thuis.
Soms kunnen we het geheugen wel vertrouwen en soms helemaal niet. In het moment zelf kunnen we niet bepalen of het gaat om ‘wel’ of ‘niet’. En dus is mijn conclusie: ik vertrouw het eigenlijk nooit. Tot het een keer wél te vertrouwen is.
⁂


✶ Serie:
Schulp – Over schuilen, schelpruis en het lichaam als tijdelijk thuis.
✶ Dit verhaal ontvouwd zich als een schelp-feuilleton in drie delen:
I. De zeelofoon - Een soort kleine tijdreismachine
II. De schelp - Waar zou die nu zijn?
III. De bron - 20.000 mijlen onder copyright
✦ Afbeeldingen 3. en 4. zijn afkomstig uit de persoonlijke precious matters-collectie, nu onderdeel van dit groeiende archief. Kleine momenten, met zorg verzameld, een leven lang: fragmenten van een zacht universum in wording.
De bronvermelding van het complete drieluik vind je onder het nawoord →
Alles groeit hier langzaam,
met zorg, in een eigen ritme.
𓆑 𓂃 ˖ ݁.


