Het duistere donker
Kijken of bekeken worden
Prefer to read this in English? The translated version is available here →
Toen ik hier net woonde, fietste ik nog weleens in de avond of nacht naar huis. Het laatste stuk van de weg, de heuvel op, is donker. Echt donker. Slechts één kant van de weg wordt verlicht door lantaarnpalen, de andere kant verdwijnt in schaduw. In dat zwarte gat, verscholen achter hekken, liggen de duinen.
De eerste keer overviel de duisternis me. Zeggen dat het donker me verraste, zou niet kloppen. Verrast worden klinkt te licht, te luchtig. En ik was bang. Bang in het donker.
Waarvoor precies, dat wist ik niet. Maar het gevoel dat er gevaar op me loerde, liet me niet los. Niet toen ik eenmaal in de tuin stond. Niet bij het wegzetten van mijn fiets. Wat ritselde daar in de bosjes achter de schuur? Het bleef aan me kleven: dat achtervolgende, ongrijpbare, gluiperige...
Heel gauw was ik binnen. Haastig sloot ik de deur achter me. Ik snelde de trap op. Iedere stap het tempo opvoerend, bleef mijn tred voortdurend te traag aanvoelen. Die opgejaagdheid nam ik mee naar binnen. Zelfs veilig achter mijn voordeur leek het duister zich door de gangen van het gebouw te hebben verspreid. In mijn appartement deed ik alle lichten aan. Ik probeerde mijn lijf te kalmeren met een kopje thee. Pas onder de warme douche voelde ik me echt ontspannen, daar wist ik eindelijk het duister van me af te spoelen.
In bed vroeg ik me af: wat wás dat?
De volgende ochtend, in het volle daglicht, voelde alles weer vertrouwd. De weg, de heuvel, de duinen. Niks engs aan. Het was kennelijk iets wat het donker deed met die omgeving. Of nee, eigenlijk met mij.
Waarom voelt de nacht hier zo anders dan in de stad? Zijn het de lantaarnpalen daar, die de straten verlichten, waardoor het nooit helemaal donker is? Is het de hoeveelheid mensen die luidruchtig wonen, het feit dat er altijd wel iemand wakker lijkt te zijn? De stad kent geen totale stilte.
Maar helemaal stil — dat is het hier ook niet. De duinen slapen nooit. Ook in de nacht hoor je ze. Een soort stilte, maar net niet. De lucht vult zich met kleine duingeluiden: ritselende bladeren, scharrelende dieren, insecten. Hoor ik daar een knappend takje?
Als er niemand is, dan is er niemand om bang voor te zijn. Maar hoe weet je dat zeker? Dat er niemand is, wanneer je door het donker fietst, omringd door schaduw en zwart. Alerter zijn in het donker dan in het licht is natuurlijk: waar het ene zintuig even in sluimerstand wordt gezet, neemt een ander zintuig het over. Met alertheid is niks mis, maar dit was meer dan even op m’n qui-vive zijn. Het deed me beseffen dat ik niet bang was in het donker, maar voor het donker. Voor het onbekende.
Ik besloot (en vond mezelf heel dapper): dit ga ik doorbreken. Ik wilde proberen me de volgende keren helemaal over te geven aan het donker, me te wentelen in die duistere soep van ongemakkelijkheid. Vertragen in plaats van haasten: want waar vluchtte ik nou eigenlijk voor?
Het laatste stukje fietste ik langzaam. Ik lette op mijn ademhaling. Mijn hart bonsde buitenproportioneel hard. Of leek dat alleen maar zo door de stilte?
Bijna thuis — op het hoogtepunt van de heuvel én mijn gevoel — voelde ik het toch weer: iemand keek naar me. Ik richtte mijn blik op een punt in het donker. Eerst zag ik witte staartjes, toen de lichamen waaraan ze vastzaten. Twee herten. Die hadden mij allang gezien.
‘Hoi…’ fluisterde ik. Zoef, weg waren ze.
Sindsdien weet ik: als ik voel dat ik word bekeken, dan is dat meestal ook zo. Alleen zijn mijn glurende buren hier me altijd nét even voor. Zij hebben mij allang gezien en ingeschat, terwijl ik nog sta te turen. Herten, padden, egels, vogels, eekhoorns en muizen: scherp en onzichtbaar. Ze nemen vliegensvlug de pootjes, spreiden hun vleugels, of kiezen het hazenpad zodra mijn blik op ze valt.
Maar bang voor het donker? Dat ben ik niet meer.
⁂




✶ Nieuw in het archief: het eerste verhaal waarmee ik in mijn slakkentempo bouw aan een serie met de werktitel Hier. Leven is een veranderding. Over wonen op deze plek, over mijn dierlijke en planterige buren, en over het leven leren accepteren zoals het is: een veranderding. Bekeken door een natuurlijke lens.
✦ Afbeeldingen uit de persoonlijke precious matters-collectie, nu onderdeel van dit groeiende archief. Kleine momenten, met zorg verzameld, een leven lang: fragmenten van een zacht universum in wording.




Heel herkenbaar, bang zijn voor in plaats van in het donker en voor het onbekende, mooi geschreven Merel en geïllustreerd!!
Always darkest before dawn Purn! Gorgeous 🖤